In de binnenduinen van het Westduinpark komen nogal wat  gebiedsvreemde bomen voor, zoals de witte abeel, de esdoorn en de populier, maar ook de Oostenrijkse den is een vreemd element in deze duinen. Wat de struiken betreft zijn rimpelroos en sneeuwbes soorten die er niet thuishoren. Dennen verbruiken heel veel water omdat ze altijd groen zijn en kunnen er door hun penwortels die diep in de bodem kunnen doordringen, ook goed bij; zo bederven ze de grondwaterstand. De dennen blijken als ze ouder worden niet opgewassen tegen het klimaat en de verzuring van de bodem. Ze zijn vatbaar voor verwelkingsziekte en schimmelziekten. Ook de dennenscheerder, een insect, maakt de oude dennen het leven zuur. Om te voorkomen dat het gehele dennenbos verloren gaat, worden zieke dennen verwijderd en is 90.000 m2 van het bos gedund. De opengevallen plekken zijn aangeplant met in het gebied thuishorende eiken en berken.

Een meevaller is dat we in de dennen het goudhaantje kunnen aantreffen.

In de binnenduinen is de begroeiing hoger dan in de buitenduinen. Dat heeft te maken met de invloed van de zoute zeewind. Vlak bij de zee zien we een andere en lagere begroeiing. Eiken zien we pas een kilometer van de zee af en berken op 500 meter. Veel bomen en struiken groeien scheef of hebben dode takken. Sommige kunnen zich pas in de luwte van andere bomen of een duin ontwikkelen. Dit heeft te maken met wind en zout.

Opmerkelijk is dat de duindoorn, die in de buitenduinen alleen als struik voorkomt, in de binnenduinen tot een flinke boom kan uitgroeien.

De bodem van de binnenduinen is aanzienlijk kalkarmer dan die van de buitenduinen. Dat heeft te maken met de aanwezigheid van planten die de grond verzuren. De blauwe zeedistel en zeeraket zullen we hier dus niet aantreffen.

Op een wandeling door de binnenduinen  kunnen we de volgende bomen en struiken onderscheiden: we komen veel eiken en dennen tegen, maar ook de esdoorn, witte abeel en populier. Op weg naar de volgende afslag groeit het aantal esdoorns, abelen en populieren. Ook zien we hier meidoorn, liguster, hogere duindoorn en hier en daar rimpelroos. Andere soorten zijn de sleedoorn, berberis, egelantier, kardinaalsmuts, sneeuwbes en braam.

Stadsbeheer verwijdert sinds een paar jaar de ongewenste boomsoorten. Dat gebeurt niet op een snelle manier, omdat we dan jaren met kaalslag zouden zitten. Van de esdoorns worden de zaailingen verwijderd en volwassen bomen laat men langzaam afsterven door ze te ringen( een strook bast rondom de stam verwijderen). De dode stammen blijven staan, ze worden gebruikt door vogels, vleermuizen en insecten. In de periode tussen november 2011 en december 2013 is  het Westduinpark met Europese subsidie van 600.000 euro opgeknapt. Het gaat om kwaliteitsverbetering van het gebied.

Het duingrasland is een ander gedeelte van de binnenduinen (en middenduinen).